| < | Vorige pagina |
Home
| Algemene informatie over beadfilters
| Voorfilters | Hoe
werkt een UltraBead® filter?
De functies van de 6-weg klep|
Modellen, prijzen en technische gegevens
Veel gestelde vragen | UltraSieve®III
| UltraTronic | UltraBead Bypass | Downloads
FILTER" : het water komt het Beadfilter binnen (A) en gaat van onder naar boven door de beads en verlaat het filter via de buis met sleufjes (C) om weer naar de vijver terug te gaan.
"RECIRCULATE" : het filter wordt overgeslagen en het water van de vijver gaat van de pomp via de 6-wegklep weer terug naar de vijver voor het geval u het water met bepaalde producten wilt behandelen die niet in het filter mogen komen.
"WASTE" : het water gaat niet door het filter maar direct naar de afvoer. U kunt de "WASTE" stand gebruiken om het water uit de vijver weg te pompen zonder het afval door het filter te laten gaan.
"RINSE": spoelen van het filter. Hierbij wordt er de eerste keer bij het spoelen gebruik gemaakt van de UltraTrust Blower om de beads te spoelen. Na de Backwash handeling wordt er nog een keer in de RINSE stand met water gespoeld om het vuil dat bovenin het filter zit weg te spoelen.
"BACKWASH": terugspoelen. In deze stand laat men de pomp lopen totdat het water in het zichtglas helder wordt (normaal gesproken 1 tot 2 minuten). Het is onmogelijk om elk klein vuildeeltje uit een filter te krijgen en op deze manier worden deze kleine vuildeeltjes afgevoerd i.p.v. weer terug te keren naar de vijver. Het water komt boven binnen (C) en verlaat het filter via de eigenlijke inlaat (A) naar de afvoer.
SPOELPROCEDURE
1. Zet de pomp
uit.
2. Zet de 6-wegklep op RINSE (spoelen). Druk de hendel van de 6-weg
klep krachtig naar beneden en draai hem in de betreffende richting. Laat
de hendel los en controleer of deze in de juiste positie staat. In de RINSE
stand zal er wat lucht ontsnappen naar de afvoer en wat water tijdens het
gebruik van de luchtblower.
3. Zet de blower ongeveer 1 tot 2 minuten aan. Tijdens het gebruik
van de blower worden alle beads flink door elkaar gespoeld waardoor de opgevangen
vuildeeltjes en de overtollige biofilmlaag worden los gespoeld voor het
naspoelen (backwash). De lucht en fijne vuildeeltjes worden via de 6-wegklep
naar het riool afgevoerd.
4. Zet de 6-wegklep op BACKWASH (naspoelen) en zet de pomp aan. Het
water wordt nu in omgekeerde richting door het filter gestuurd en voert
het los gespoelde vuil af via de 6-wegklep naar het riool. Door een kijkglas
te monteren aan de WASTE kant kunt u het spoelproces gemakkelijk volgen.
Wanneer het water in het kijkglas helder wordt weet u dat het spoelproces
is voltooid (1 tot 2 minuten).
5. Stop de pomp, zet de 6-wegklep op RINSE en start de pomp. Nu wordt
het laatste vuil dat achtergebleven is in het filter via de normale weg
afgevoerd naar het riool. Ook hier kan men deze spoelprocedure volgen in
het kijkglas (1 tot 2 minuten).
6. Stop de pomp, zet de 6-wegklep op FILTER (FILTRATION) en zet de pomp
weer aan.
Voer deze spoelprocedure in de zomer 1 tot 2 keer per week uit en buiten
het seizoen eens in de 1 à 2 weken.
De afvoerkraan in de voet van het filter kunt u 1 of 2 keer per maand een
paar seconden openzetten om het vuil van de bodem weg te spoelen. Dit mag
alleen in FILTER stand terwijl de pomp loopt en is dus geen vast onderdeel
in de gewone spoelprocedure.
